Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AR6006

Datum uitspraak2004-11-11
Datum gepubliceerd2004-11-22
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers03/4696 WUBO
Statusgepubliceerd


Indicatie

Ingesteld verzet dat gegrond verklaard wordt.


Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R 03/4696 WUBO U I T S P R A A K met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats], opposant, en de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 29 januari 2004 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit van 27 augustus 2003, kenmerk JZ/X70/2003/533, niet ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het beroep niet tijdig zijn ingediend. Tegen deze uitspraak is verzet gedaan. Gelet op het hierna onder II overwogene heeft de Raad het niet nodig geacht opposant over het verzet te horen. II. MOTIVERING Ingevolge het bepaalde in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb dient het beroepschrift de gronden waarop het berust te bevatten. Naar het oordeel van de Raad heeft opposant aan dit wettelijk voorschrift voldaan nu het beroepschrift van 3 september 2003 de gronden bevat waarop het beroep berust. De Raad ziet hierin aanleiding het verzet met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Awb gegrond te verklaren. Gegeven het bepaalde in het zevende lid van laatstbedoeld artikel vervalt de uitspraak waartegen verzet was gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet gegrond. Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter in tegenwoordigheid van R.B.E. van Nimwegen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 11 november 2004. (get.) C.G. Kasdorp. (get.) R.B.E. van Nimwegen.